Make your own free website on Tripod.com

 

Meertitel.gif (1817 bytes)

"De waarde van een voetbalstadion wordt niet bepaald door de bouwkosten doch door het elftal dat er in speelt ". Met deze gedachte toog het bestuur aan het werk voor de plannen van de bouw van het tweede Ajax-stadion. Het zou de nieuwe thuisbasis worden van waaruit Ajax 62 jaar lang opereerde. Hier hebben legendarische voetballers als Piet van Rheenen, Wim Anderiessen, Rinus Michels, Sjaak Swart, Henk Groot, Johan Cruijff, Piet Keizer, Marco van Basten en talloze anderen gebouwd aan de wereldreputatie van Ajax.

Wederom waren het de successen van de club en druk van buitenaf redenen om te verhuizen. Niet alleen hadden de successen in de eerste 'gouden eeuw' van Ajax de aantallen toeschouwers omhooggestuwd, maar ook de jaarlijkse reparatiekosten aan de overdekte houten tribune, drukten behoorlijk op de verenigingskas. Daarnaast wilde de Gemeente Amsterdam bouwen in de geannexeerde gemeente Watergraafsmeer.

Het bestuur liet het oog vallen op de plek waar de hoeve Voorland lag aan de Middenweg tegenover Betondorp. Niet ver van de oude lokatie. De architect voor het stadion werd in eigen gelederen gevonden. Ajax-lid en architect Daan Roodenburgh kreeg van voorzitter Koolhaas de opdracht om een 'knus Ajax-huis' te ontwerpen. Wel met de beperking dat het geheel niet meer dan 300.000 gulden mocht kosten. Er heersde tenslotte een internationale economische crisis en het nieuwe stadion moest geheel uit de eigen clubkas worden bekostigd. Zelfs de spelers betaalden mee.

Het nieuwe Ajax-stadion werd geopend op 9 december 1934 met een vriendschappelijke wedstrijd tegen het (thans niet meer bestaande) Stade Francais uit Parijs, Ajax wint met 5-1. De Amsterdamse wethouder Dr. I. H. J. Vos kon een vooruitziende blik niet ontzegd worden. In zijn openingspeech zei hij: "Amsterdam heeft zich ( ... ) alle moeite gegeven om, in samenwerking met den voortreffelijken bouwmeester (Daan Roodenburgh, red.), van deze voetbal-arena een uitnemend geheel tot stand te brengen".

Het nieuwe stadion was dan ook indrukwekkend. Bij de bouw werd wel nog van lichtmasten afgezien, deze kwamen pas in 1971, maar wel was er een overdekte sportzaal voor bij slecht weer. Een unicum destijds. De capaciteit werd in de loop der jaren uitgebreid van 22.000 naar 29.500 toeschouwers.

Net als het houten Ajax-stadion is er ook aan 'de Meer' nog heel wat gesleuteld. In 1965 werd de zittribune tegenover de eretribune overkapt en kreeg deze de naam Reynoldsttribune, ter ere van de legendarische trainer Jack Reynolds die vijfentwintig jaar in Ajax-dienst was. In 1968 werd het Ajax-restaurant gebouwd. Dit ging ten koste van het plantsoen dat voor de hoofdingang lag. In 1985 kregen ook de laatste onoverdekte plaatsen bij Ajax, de beide staantribunes, een overkapping. Een jaar later werden de eerste skyboxen in Nederland

geplaatst ten behoeve van de sponsors en meer draagkrachtige bezoekers. Tenslotte kreeg in 1988 de perstribune een facelift en werd de hoofdtribune in 1989 omgedoopt in de Jaap van Praagtribune ter herinnering aan de een jaar eerder overleden erevoorzitter.

Eind jaren tachtig was Ajax de "huiskamer voor de club" ontgroeid. Het werd publieksonvriendelijk. Het toenemende vandalisme tijdens voetbalwedstrijden in Nederland dwong de club ertoe om vele veiligheidsmaatregelen te nemen die het er niet gezelliger op maakten. De UEFA schreef daarnaast voor dat stadions na 2000 geen staanplaatsen meer mochten hebben. Al met al zou de Meer te klein geworden zijn voor de grote schare supporters.

Meer1934.gif (34205 bytes)     Meer1994.gif (28749 bytes)

        Meer1934T.gif (1132 bytes)                     Meer1994T.gif (1131 bytes)