Make your own free website on Tripod.com

Historie.jpg (7032 bytes)

De prehistorie 1893 -1900

Een handjevol vrienden, gegroepeerd rond Han Dade, Carel Reeser en Floris Stempel richtten in 1883 een voetbalclubje op. Dade was de heuse eigenaar van een leren bal en Stempel werd de latere eerste voorziter bij de oprichting van Ajax in 1900. Ze noemden de club "Union", maar doopten het in 1894 om naar "Footh-Ball Club Ajax".

Ajax speelde op een veld aan het eind van de Overtoom in de gemeente Nieuwer Amstel. Een gebied dat destijds nog buiten de stadsgrenzen van Amsterdam lag en in 1881 was aangewezen als verlengstuk van het Vondelpark.

Er is weinig bekend van de resultaten van deze sympathieke vriendenclub. De competitie bleef beperkt tot wedstrijden met stadsgenoten. Wel weten we dat de kleuren rood-wit al vroeg na de oprichting in het shirt werden gebruikt en "fair play" hoog in het vaandel stond geschreven. In een bewaard gebleven reglement uit april 1893 van "der Footh-Ball Club ,,Ajax" te Nieuwer Amstel" werd de spelers opgedragen "eene aangename en gezonde uitspanning te
verschaffen". Discipline op het voetbalveld was aan het eind van de vorige eeuw ver te zoeken. Om te zorgen dat het geen ongeorganiseerde bende werd, hanteerde de voorloper van het huidige Ajax een uitgebreid systeem van strafbepalingen. Voor "het wegblijven zonder kennis te geven aan den captain", het gebruik van "ongepaste woorden of handelingen" en "onattentie bij het spel" stonden geldboetes. Er moest binnen twee weken met harde stuivers en dubbeltjes worden afgerekend. In 1896 zette Amsterdam haar plannen door. Het voetbalveld wordt binnen de gemeentegrenzen betrokken en het gebied wordt bebouwd. De spelers zochten elders hun heil en Ajax was op sterven na dood.

1893a.jpg (21909 bytes)

1893-1.gif (3614 bytes)

De oprichting van AFC Ajax 1900 - 1907

Na een enthousiaste start speelde Ajax aan het eind van de vorige eeuw een vrij anonieme rol. In navolging van de vele kleine clubs die rond 1900 als paddestoelen uit de grond schoten, besloot het driemanschap van het eerste uur, Stempel, Dade en Reeser, een brief te laten rondgaan waarin zij geïnteresseerden opriepen om na te denken over de oprichting van "een geheel nieuwe voetbal vereeniging". Hiermee wilden zij definitief afrekenen met het oude succesloze Ajax.

Tijdens de historische vergadering op 18 maart 1900 in Café Oost-Indie in de Kalverstraat 2 in Amsterdam werd een nieuwe voetbalclub opgericht met de nu goed gespelde naam Football Club Ajax". De club sloot zich vervolgens aan bij de Amsterdamsche Voetbal Bond (AVB) en huurde voor de thuiswedstrijden een veldje in Amsterdam Noord.

De eerste jaren van officieel voetbal verliepen voor de kersverse club niet onaardig. Ajax bereikte tweemaal de tweede plaats van het kampioenschap van de A.V.B.. Het eerste prijsje voor de club bestond uit een medaille voor het beste doelgemiddelde in de competitie.

De goede resultaten werden beloond met het eerste reisje van de club. Op 8 april 1901 won Ajax in Haarlem een vriendschappelijke wedstrijd met 4-1 van Oranje.

1900a.jpg (33607 bytes)                    1900b.jpg (7578 bytes)

      1900-1.gif (1904 bytes)                        1900-2.gif (3475 bytes)

Het eerste succes 1907-1910

In 1902 werd Ajax toegelaten tot de landelijke Nederlandse Voetbal Bond (NVB) en promoveerde direct van de derde naar de tweede klasse. Plannen voor woningbouw op het veldje in Noord dwong de club in de zomer van 1907 uit te kijken naar een nieuwe locatie. Er werd ruimte gevonden aan de Middenweg in de Gemeente Watergraafsmeer. Er waren geen tribunes, geen kleedgelegenheid en geen waterleiding, maar er was een goede verbinding met de tram naar de stad en er was meer ruimte voor bijvelden. Als verkleedruimte werd het café aan de overkant van de weg gebruikt.

De nieuwe locatie zette aan tot goede prestaties. In het seizoen 1907-1908 won Ajax het Gouden Kruis. Maar de ambities van de club lagen hoger dan het kampioenschap van de tweede klasse. Je kon toen echter niet promoveren zonder eerst deel te nemen aan promotiedegradatiewedstrijden. Deze regel trof ook Holland, een club uit de derde klasse die al drie jaar achtereen het kampioenschap in hun divisie had behaald, maar steeds niet tot de tweede klasse wist door te dringen. In juli 1908 fuseerden Holland en Ajax. De naam bleef Ajax, tenue en terrein bleven onveranderd. Mede met de steun van de nieuwe spelers, zoals de gebroeders Pelser en Ton Kooy, werd de basis gelegd voor de promotie van Ajax naar het hoogste niveau.1908.gif (15950 bytes)     Hetgoudenkruis.gif (25754 bytes)

Op het hoogste niveau 1910-1917

In 1910 besloot het bestuur dat er een sprong naar de eerste klasse moest worden gemaakt. Na een inzamelingsactie onder de leden werd er gezocht naar een Britse trainer om de gelederen te versterken. In Engeland werd tenslotte al sinds 1871 gevoetbald en het niveau lag er veel hoger. De eerste betaalde trainer in de geschiedenis van Ajax werd de Ier John Kirwan. De oud-international had een lange carrière bij Tottenham Hotspur achter de rug en bleek zeer geschikt als trainer. Ajax won het kampioenschap van de tweede divisie in 1911.

Eindelijk was daar de kans promotiedegradatiewedstrijden te spelen. In de beslissende en zenuwslopende wedstrijd tegen 't Zesde, een Infanterie regimentsclub uit Breda, bleek het 0-0 gelijkspel voldoende om door te dringen naar de hoogste klasse. Op 21 mei 1911 was de felbegeerde promotie naar de eerste klasse een feit.

Na de promotie werd een houten tribune gebouwd op het Ajax-terrein in de Watergraafsmeer. Het traditionele Ajax-shirt met strepen werd aangepast tot het huidige tenue, het witte shirt met de rode baan. Dit laatste gebeurde om verwarring met andere clubs, zoals Sparta, te voorkomen. Al eerder werd de naam "Amsterdamsche" toegevoegd, dit omdat er ook een Leids Ajax bestond. De bevordering voor Ajax werd door de groeiende achterban luid bejubeld. Eindelijk speelde er weer een Amsterdams elftal op het hoogste niveau. De inzet werd ook sportief beloond. Linkshalf Ge Fortgens speelde als eerste Ajacied in het Nederlands elftal Op 19 maart 1911 hielp hij in Antwerpen België met 1-3 te verslaan. 

1911.gif (15282 bytes)                                    1911b.GIF (15031 bytes)

 1911-1.gif (3692 bytes)                                     1911-2.gif (3077 bytes)                                                                                                             

Landskampioen 1917-1919

De doorbraak naar de eerste divisie in 1911 bleek helaas niet van lange duur. In het seizoen 1913-1914 degradeerde de club naar de tweede divisie en enkele spelers stapten uit teleurstelling over naar andere clubs. Op de puinhopen bouwde de nieuwe trainer Jack Reynolds aan een nieuw elftal dat drie jaar achtereen afdelingskampioen werd.

Er werd onder Reynolds niet slecht gespeeld maar een terugkeer naar de hoogste klasse werd telkens niet gerealiseerd. De terugkeer naar de eerste divisie kwam min of meer als een verrassing. In 1917 werden door een besluit van de NVB acht tweedeklassers gepromoveerd naar de klasse B van de eerste divisie. Ajax mocht, als algeheel tweede-klasse kampioen, tot opluchting van velen, dit keer direct in de eerste divisie klasse A uitkomen. De herkansing in de hoogste klasse verliep ijzersterk. Op 9 juni 1918 werd Ajax met sterren als Henk Hordijk, Jan van Dort, Theo Brokmann, Wim Guppfert en Jan de Natris landskampioen zonder maar een wedstrijd te verliezen. In de kampioenswedstrijd tegen Willem II ontbrak Jan De Natris, het "enfant terrible" van het Nederlands voetbal; hij was in de trein in slaap gevallen.

Het zou tot het seizoen 1995-1996 duren, het jaar waarin Ajax zowel het landskampioenschap, de Champions League en de Wereldbeker won, dat een Nederlandse ploeg geen enkele wedstrijd verloor.

1919a.jpg (13480 bytes)   1919-1.gif (10358 bytes)

De magere jaren 1920-1929

Ondanks de groei van de vereniging in de jaren twintig, speelden de prestaties van Ajax zich grotendeels in de middenmoot af. Sterspelers als De Natris en Guppfert vielen af door transfers en blessures en trainer Reynolds verhuisde in 1925 naar de toenmalige rivaal Blauw Wit.

Ajax deed in de jaren twintig niet alleen aan voetbal. Er werd ook meegedaan aan atletiek, er werd in 1922 een honkbalafdeling in het leven geroepen. Twee jaar later staat er een Ajax cricket-elftal op het veld en op 7 maart 1924 debuteerde er zelfs een Ajax Yazband (met de spelling namen ze het destijds nog niet zo nauw).

Een aantal keer werden de kansen op een landskampioenschap op het laatste moment verspeeld. Het decennium werd afgesloten in 1930 met een absoluut dieptepunt waarin Ajax verpletterd werd door Rapid Wien met 16-2! Wel kreeg Ajax een nieuw club-embleem en Reynolds kwam in 1928 terug als trainer.

1920a.jpg (15692 bytes)

       1920-1.gif (1517 bytes)

De Gouden Eeuw 1929-1939

Een hoogtepunt van de Gouden Eeuw is de bouw van het nieuwe Ajax-stadion de Meer aan de Middenweg in de Watergraafsmeer.

Tot de glorierijke periode van begin jaren zeventig golden de jaren dertig als "de gouden eeuw" van de club. In tien jaar tijd werd Ajax zeven keer afdelingskampioen en vijf maal landskampioen.

Go Ahead en Feyenoord waren de sterke tegenstanders in de competitie in die tijd. In het kampioensjaar 1930-1931 won Ajax haar laatste wedstrijd met 5-2 van PSV. Feyenoord maakte met nog drie wedstrijden te gaan en vijf punten minder nog aanspraak op de titel. Gelukkig wist Go Ahead de Rotterdammers op 3-2 te houden en schonk Ajax sinds 1918-1919 weer een landskampioenschap.

Het "nieuwe" Ajax vierde de grootste overwinning van haar bestaan, 17-0 tegen het VUC op 11 januari 1931.

Wim Jonker, Henk Mulder, Jan Schubert en aanvoerder Wim Anderiesen eisten zo ook hun aandeel op in het afdwingen van deze "eerste" Gouden Eeuw. Zeker de inzet van Anderiesen, in het dagelijks leven politieagent, was ongebreideld. Hij is de enige Ajacied die met een straatnaam is geëerd. In 1955 is er een hofje in de nieuwbouwwijk Geuzenveld naar hem genoemd.

Ondanks de heersende internationale economische crisis bekostigde de club het nieuwe stadion grotendeels uit eigen kas. Zelfs spelers betaalden eraan mee. In de openingswedstrijd op 9 december 1934 won Ajax met 5-1 van het (thans niet meer bestaande) Stade Francais uit Parijs.

1929b.GIF (10534 bytes)       1929-2.gif (12956 bytes)  

1929a.jpg (19904 bytes)  1929-1.gif (6659 bytes)                       

                                                                                                       =>  =>  =>