Make your own free website on Tripod.com

 

De oorlogsjaren 1940-1945

Het vijfde decennium van Ajax begon met een zeer trieste periode. Honger en onderdrukking domineerden het leven in bezet Europa. Er werd wel doorgevoetbald, maar sport was volkomen bijzaak. Het bezoeken van voetbalwedstrijden werd in de oorlogsjaren vooral ervaren als afleiding.

Ten gevolge van de mobilisatie, het onderduiken en de tewerkstelling van mannen in Duitsland kwam het regelmatig voor dat het elftal werd opgevuld met passanten.

Middenvelders Jaap Hordijk en Ger Stroker werd in 1942 tewerkgesteld in Duitsland. Dit overkwam ook trainer Jack Reynolds. Als staatsburger van een vijandelijk land, werd Reynolds op 24 juni 1940 geÔnterneerd in een krijgsgevangenkamp in Schoorl en later overgebracht naar een werkkamp in Gleiwitz, Duitsland, het tegenwoordige Gliwice in Polen. Tijdens zijn gevangenschap organiseerde hij "interlands" tussen Ierse, Schotse, Belgische en Franse gevangenen.

In 1941 verboden de Duitsers joden om lid te zijn van een gemengde sportvereniging. Dit gold ook voor Ajax. Alhoewel de club al voor de oorlog de naam van een joodse club had, sloeg deze betiteling vooral op de bezoekers, die veelal afkomstig waren uit de (niet zelden joodse) middenstand in Amsterdam. Het aantal joodse spelers is in werkelijkheid nooit veel groter geweest dan bij andere Amsterdamse clubs. In vergelijkingen met de desastreuze uitwerkingen van de anti-joodse maatregelen van de Duitse bezetter in ons land is de schade voor de club relatief beperkt gebleven: er waren onder Ajax leden geen doden te betreuren waren.

Op een gegeven moment was het niet meer verantwoord door te spelen. In de hongerwinter van 1944 kwamen duizenden mensen om en werd het voetbal gestaakt.

1940a.jpg (10133 bytes)

   De Ajax-selectie in 1941.

De wederopbouw 1945 - 1954

Drie weken na de bevrijding speelde Ajax voor het eerst weer wedstrijden. In het allerhaast georganiseerde Amsterdamse Kampioenschap na duels met DWS (6-4), Blauw Wit (5-4) en De Volewijkers (1-0) wint Ajax de cup. In oktober keerde trainer Jack Reynolds terug uit Duitse gevangenschap. Onder zijn leiding won Ajax in het seizoen 1945-1946 voor de achtste keer het afdelingskampioenschap. De landstitel was nog te hoog gegrepen.

In het Ajax-clublad beschreef men het speeltype dat Ajax heden ten dage nog karakteriseert: 'het kampioenschap is niet alleen een succes voor Ajax, maar tevens voor het type voetbal dat men wetenschappelijk" of "technisch" probeert te noemen'.

In deze jaren werden enkele gedenkwaardige wedstrijden gespeeld. In het Olympisch Stadion te Amsterdam vindt op 4 augustus 1948 het eerste voetbalcontact tussen Nederland en Suriname plaats, dat eindigde in 2-2 gelijkspel. In dezelfde maand was er ook een oefenwedstrijd met India. De IndiŽrs spelen, op een uitzondering na, zonder schoenen. Dit zal waarschijnlijk wel de nederlaag van 5-1 verklaren: uit voorzichtigheid durfden de spelers niet op de tenen van de tegenstanders te trappen.

In 1950 werd uitbundig het gouden jubileum gevierd met vele festiviteiten. In het Amsterdams Historisch Museum wordt de tentoonstelling "De watergraafsmeer en 50 jaar Ajax" geopend en voeren spelers Rinus Michels, Cor van der Hart en Guus Drager een jubileumrevue op.

 1954a.gif (24348 bytes)1954-1.gif (5700 bytes)

Betaald voetbal 1954 - 1960

Het voetbal in Nederland kreeg een geheel ander karakter door de invoering van het betaald voetbal in 1954. Tot die tijd hadden alle spelers een vaste baan. Doordat in het buitenland met voetballen veel geld viel te verdienen verdwenen veel topspelers uit ons land.

In snel tempo zakte het vaderlandse voetbal af naar een bedenkelijk laag peil en de roep om betaald voetbal groeide. Toch bleef de KNVB jarenlang op principiŽle gronden weigeren. Uiteindelijk werd er zelfs de onafhankelijke profbond NBVB opgericht met een eigen competitie. Deze schaduwcompetitie zaaide veel verwarring. Tenslotte gingen de KNVB en de NBVB overstag en besloten tot samenwerking.

Ajax hield in de nieuwe eredivisie goed stand en nieuwe mogelijkheden doemden op. Met de verovering van het negende landskampioenschap in 1957 verwierf Ajax het recht om in het Europa Cup I toernooi te spelen. Na het Oost-Duitse Wismut te hebben uitgeschakeld, bleek Vasas Budapest echter nog een maatje te groot voor de Amsterdammers. Maar de eerste voorzichtige stappen op het Europese podium waren gezet.

In deze periode vond het debuut plaats van twee belangrijke spelers in de Ajax-geschiedenis. Op 21 mei 1956 debuteerde de achttienjarige Sjaak Swart. Op 25 april 1957 trad een andere beroemde voetballer in dienst van Ajax. Op de ochtend van zijn tiende verjaardag ontving Johan Cruijff een brief: hij was aangenomen als lid. In zijn debuutwedstrijd op zeventienjarige leeftijd op 15 november 1964, scoorde hij het enige doelpunt voor Ajax tegen GVAV (3-1).

Het hoogtepunt van het seizoen 1958-1959, dat met een zesde plaats in de competitie verder op een teleurstelling uitliep, is de uitwedstrijd tegen Feyenoord op 5 april 1959. In de allereerste samenvatting op televisie van een voetbalwedstrijd in Nederland wint Ajax met 5-0 in Rotterdam met onder meer drie treffers van Guus van Ham.

Het seizoen daarop werd er stuivertje gewisseld. Door nu van Feyenoord te winnen wordt Ajax ditmaal landskampioen en mogen de Amsterdammers voor het eerst sinds 1957 weer Europees voetbal spelen.

Stilte voor de storm 1960 - 1965

Ajax won in het seizoen 1960-1961 het toernooi om de KNVB-beker, de eerste die werd gespeeld sinds de Tweede Wereldoorlog. In het laatste kwartier van de finale tegen NAC scoorde Henk Groot alle drie de doelpunten.

De eerste helft van de jaren zestig kun je voor Ajax omschrijven als 'een stilte voor de storm' voorafgaand aan de successen aan het eind van dat decennium. Onder leiding van de Engelsman Vic Buckingham speelde Ajax wel een aardige serie wedstrijden, maar werd er geen enkel landskampioenschap gewonnen.

In de Nederlandse competitie bleef Feyenoord een geducht tegenstander. In het seizoen 1960-1961 werd in het onderlinge duel met 9-5 verloren en moest Ajax genoegen nemen met een tweede plaats.

Op Europees niveau kon de club niet meekomen. De droom om in de Europa Cup I te spelen, na het behalen van het landskampioenschap in 1960, werd in de eerste ronde verstoord door de amateurs van het Noorse Fredrikstad (4-2, 0-0). Ook het meespelen in de Europa Cup II in 1961 liep uit op een teleurstelling. In de tweede ronde van het toernooi voor Europese bekerwinnaars werd Ajax door het Hongaarse Ujpesti Dosza uitgeschakeld (2-1, 3-1).

Het seizoen 1964-1965 is een absoluut dieptepunt in de na-oorlogse geschiedenis van Ajax. Op drie punten na degradeerde de club naar de tweede divisie. Dit ondanks de aanwezigheid van spelers als Swart, Cruijff, Piet Keizer en Wim Suurbier, die later furore in Europa maakten. Vic Buckingham trok zijn conclusies en vertrok. Het bestuur, met Jaap van Praag als kersverse voorzitter, stelde met onmiddellijke ingang Rinus Michels, oud-speler en trainer van Zandvoort-Meeuwen en AFC, aan als opvolger. Michels werd de eerste Nederlandse vaste trainer van Ajax en bracht de club definitief naar de Europese top.

1960a.gif (27020 bytes) 1960-1.gif (1594 bytes) 

1960b.gif (28116 bytes) 1960-2.gif (2341 bytes)

Op weg naar de Europese top 1965-1971

Met de komst van Rinus Michels, bijgenaamd "de sfinx" omdat hij tijdens zijn werk zuinig was met woorden, werd ook het professionalisme in de club geÔntroduceerd. Michels hanteerde een aanvallende speelstijl waar Ajax vandaag de dag nog bekend om staat. Verder haalde hij ervaren spelers als Henk Groot (Feyenoord), Co Prins (Kaiserslautern) terug naar Ajax en nam Gert Bals van PSV over.

Op internationaal niveau brak Ajax nu definitief door. Menigeen staan de beelden van de gedenkwaardige achtste finale van de Europa Cup I tussen Ajax en Liverpool nog in vers het geheugen gegrift. In een zeer mistig Olympisch Stadion in Amsterdam zag scheidsrechter Sbardella nog net beide doelen en achtte het niet nodig de wedstrijd te staken. Ajax won met 3-0 door een doelpunt van Henk Groot en twee treffers van Cees de Wolf, die voor de geblesseerde Piet Keizer inviel. Tijdens de return op Anfield Road in Liverpool scoorde Cruijff twee keer (2-2) en was de voorsprong geen moment in gevaar. Uiteindelijk was de teleurstelling groot toen in de kwartfinale van Dukla Praag, na een 1-1 gelijkspel thuis, met 2-1 werd verloren.

In 1969 volgde een Europese herkansing. Ajax bereikte als eerste Nederlandse club de finale van het Europa Cup toernooi voor landskampioenen. In Madrid werd van AC Milan met 4-1 verloren. In ieder geval werd Ajax internationaal gezien een club om rekening mee te houden.

1965a.gif (56241 bytes)    1965-1.gif (3002 bytes)                                                                                                                                                   =>  =>  =>